DE CIRCULAIRE SCHIL
Nederland | Circulair renoveren en verduurzamen van woningen in bewoonde staat
Samen met een team bestaande uit Dura Vermeer, Barli, Linex, TU Delft, Repurpose, Ymere en Climatic Design Consult ontwikkelden we een concept voor een circulaire renovatieschil waarmee grondgebonden woningen uit de periode 1950-1980 verduurzaamd kunnen worden. Doel is een product ontwikkelen waarmee we de ruim anderhalf miljoen bestaande woningen uit deze periode met één flexibel concept kunnen renoveren.
Uitgangspunten
Basisuitgangspunten voor het ontwerp zijn CO2-neutraliteit en een lange levensduur. Dat betekent dat de gevel naast demontabel, modulair en samengesteld met secundaire materialen, ook geschikt moet zijn voor nul-op-de-meter én dat de nieuwe schil na 30 jaar nog steeds mooi gevonden moet worden. Daarnaast moet de renovatie uit te voeren zijn zonder dat de bewoners hoeven te verhuizen. Dat alles terwijl de hele achterliggende circulaire infrastructuur eigenlijk nog niet bestaat. Geen eenvoudige klus dus.
Andries Laane, architect en directeur bij Villanova Architecten legt uit waarom CO2-neutraliteit voor het concept zo essentieel is. “Circulariteit is hip en belangrijk, maar in de eerste plaats moeten we de CO2-uitstoot reduceren. Je kunt bijvoorbeeld circulair heel verantwoord bezig zijn door te kiezen voor biobased materialen, maar als je daarmee behoorlijk inlevert op je Rc-waarde en daarmee je energiegebruik, dan ga je per saldo toch achteruit op je footprint gedurende de hele levenscyclus. Circulariteit mag niet ten koste gaan van de CO2-footprint in de gebruiksfase. Dus kom je automatisch uit bij een circulair renovatieconcept dat als uitgangspunt nul-op-de-meter heeft of energieleverend is.
De gevel bestaat uit een houtskeletbouwelement, afgewerkt met steenstrippen, die vlak voor de bestaande gevel geplaatst wordt. Voor de dakrenovatie worden muurplaten op de bouwmuren en eventuele dragende tussenwanden geplaatst, met daarop een dakdoosconstructie van zelfdragende gordingelementen. De bestaande dakconstructie blijft liggen, minus de dakpannen. Dat heeft als voordeel dat je de binnenzijde niet opnieuw hoeft af te werken en de kwaliteit van de bestaande constructie niet van invloed is op wat daarboven gebeurt. Zonnepanelen kunnen zo bijvoorbeeld probleemloos op de nieuwe constructie geplaatst worden.
De spouw tussen de nieuwe schil en de onderliggende bestaande constructie van gevel en dak, kan gebruikt worden voor isolatie. Het voordeel daarvan is dat de Rc-waarde niet gefixeerd is in het element. Het element kan daardoor geoptimaliseerd worden al naar gelang het beschikbare materiaal en hoeft niet te worden afgestemd op de dikte van het isolatiemateriaal. Laane: “Dat maakt de zoektocht naar geschikt secundair hout en het gebruik ervan veel eenvoudiger. We hoeven minder te verzagen en we kunnen het ons permitteren om alleen de sterkte als maatgevend aan te houden.”
Tevens bied de nieuwe spouw de mogelijkheid om er de nieuwe installaties in weg te werken. Zo hoeven met name de benodigde grote ventilatiekanalen niet aan de binnenzijde van de woningen versleept te worden. Dat scheelt een hoop nieuwe koven en afwerkingen met bijbehorende overlast voor de bewoners.
Programma
Productontwikkeling voor circulair renoveren op grote schaal
Opdrachtgever
Dura Vermeer
Ontwerpstatus
Ontwerponderzoek afgerond 2023
Projectteam
Andries Laane, Feike Laane
Bouwfysica
Climatic Design Consult
Onderzoek
TU Delft
Aannemer
Dura Vermeer
Houtbouw
Barli & Linex
Materialen
Repurpose
|
Meer weten over dit project?
Neem hier contact op met Feike
|
|

Mock-up van de verschillende gevelmaterialen


Dakmodules

Toekomstige flexibiliteit voorzien

Modulaire gevelelementen gebaseerd op waalfomaat bakstenen
Al met al is de renovatieschil bouwtechnisch relatief eenvoudig, maar conceptueel goed uitgedacht. Veel lastiger bleek om een geschikte modulaire maat voor de elementen te vinden. Het ontwerpteam heeft bewust voor de woningen tussen het bouwjaar 1950-1980 gekozen, omdat ze in grote lijnen veel overeenkomsten hebben. Het probleem is alleen dat ze op detailniveau nogal verschillen. Henk Marsman: “Bij nieuwbouw kun je veel makkelijker nadenken over modulariteit, maar voor de bestaande bouw is dat een maatvoeringspuzzel waar je hoofdpijn van krijgt.”
We hebben een paar woningbouwprojecten op een rijtje gezet en geprobeerd een modulaire maat te vinden, maar dat bleek complex. De beganegrondhoogte is overal nog vrij standaard, maar de eersteverdiepingshoogte al niet meer. De beukmaat blijkt ook veel te variëren en waar tussenmuren staan is al helemaal niet te voorspellen. Een standaardproduct erop loslaten gaat niet, dus we we bedachten moduulmaten en pasmaten om de verschillen op te kunnen lossen. Die pasmaten hebben een lagere modulariteit dan de rest.
De gebruikte mudules zijn gebaseerd op metselwerkverbanden in waalformaat. Een veel voorkomende modudaire systematiek die in het overgrote deel van de onderzochte woningen reeds aanwezig was. Tevens vonden we het belangrijk om ook in de gerenoveerde situatie het uiterlijk van baksteen mogelijk te maken, omdat dit sterk verbonden is met de Nederlandse bouwesthetiek.
De faculteit Bouwkunde van de TU Delft publiceerde recentelijk het Handboek Circulair Renoveren Wooncorporaties, waarin de circulaire renovatieschil is opgenomen.
Download hier het handboek gratis.

